Opperhoofd bij The Incredible Adventure starts here...
Kritisch denker, spreker en doener over de strategische mogelijkheden en implicaties van social media.
Oprichter en Editor in Chief van Lifehacking.nl, de eerste Nederlandse weblog over slimmer werken en slimmer leven.
Auteur van Bloghelden, een geschiedkundig overzicht van de Nederlandse blogosfeer.
Docent Digital Media & Culture aan de Hogeschool Utrecht.
Eén van de grote krachten van het sociale internet is de mogelijkheid om je eigen platform te starten. Je eigen podium, waar je kunt zeggen wat je wilt. Niet gehinderd door een redactie, uitzendtijden of een zendfrequentie. Begin je eigen weblog en je kunt aan de slag. Eenmaal aan het schrijven kun je jezelf promoten op andere blogs, satellietmedia als Twitter, Facebook, LinkedIn of Hyves en offline via flyers, posters, shirts en stickers. Zo zijn er genoeg manieren te bedenken om je eigen podium te promoten. Eigenlijk ben je een mini-uitgever. Een one-man band die alles zelf kan doen. Maar toch ontbreekt er een essentieel deel aan weblogs. Een nog grotere megafoon voor relevante content op andere sites. Blogs zouden een ingebouwde API moeten hebben. De mogelijkheid voor derden om geautomatiseerd geselecteerde artikelen en content te hergebruiken op een eigen platform. Ingebouwde API’s in blogplatformen maken het écht mogelijk voor iedereen om uitgever te worden. Je creëert een ingang in je content die gedoseerd en context-gevoelig kan worden bediend door anderen. Het enige wat jij doet is goede stukken schrijven.
Even een paar stappen terug. Wat is een API? De letters API staan voor Application Programming Interface. Een API zorgt ervoor dat je een ander stuk software als een blackbox kan gebruiken. Een API is een set aan definities waarmee softwareprogramma’s onderling kunnen communiceren. Het dient als een interface tussen verschillende softwareapplicaties waardoor de gebruikte code automatisch elkaar toegang tot informatie en/of functionaliteit geeft, zonder dat ontwikkelaars hoeven te weten hoe het andere programma exact werkt. API’s bestaan voor (web)applicaties, softwarebibiliotheken en besturingssystemen en kunnen voor allerlei doeleinden worden ingezet. Zo gebruikt een besturingssysteem een API om softwareprogramma’s in de gelegenheid te stellen om bijvoorbeeld te kunnen printen en kun je via een API van een internetapplicatie bijvoorbeeld teksten, foto’s en video over de hele wereld binnenhalen en/of versturen. Bekende voorbeelden van API’s zijn bijvoorbeeld de Twitter API waarmee je Twitter kunt gebruiken op een veelheid van andere programma’s en websites. De Google Maps API geeft de mogelijkheid om een laag op Maps te leggen waarmee je weer andere functionaliteiten kunt maken zoals een overzicht van geldautomaten in de buurt. Met de Funda API zou je een applicatie kunnen maken die op basis van locatie het aanbod laat zien. Amazon heeft een API waarmee je product- en prijsinformatie kunt ophalen en hergebruiken in andere sites en applicaties. Sinds vandaag heeft Bol.com een API waarmee je actuele productinformatie kunt opvragen in je eigen applicaties. Zoals een Zoek&Scan mobiele app om direct te zien of een product bij Bol.com goedkoper is. Pijnlijk voor winkeliers, maar het is dus mogelijk…
Welnu, een krant als The Guardian heeft een API. Met hun Open Platform kun je je eigen apps bouwen op de data van de krant. Ze hebben enorme datasets vrijgegeven voor het publiek, waarmee iedereen weer zijn eigen applicatie kan bouwen of kan aanvullen met relevante data. In hun API Explorer zie je al wat een veelheid aan data ze hebben. De Apps gallery laat zien wat je zoal kunt maken met de data. Erg interessant met grote hoeveelheden data. Data en inzichten, dat is waar kranten op draaien. Ongeacht het medium en frequentie. Die data maakt The Guardian beschikbaar voor het publiek. En voor andere kranten en uitgevers.
Je kunt je afvragen waarom andere online contentplatformen dit niet hebben. Zoals blogs. Waarom hebben blogs geen ingebouwde Explorer zoals The Guardian? Met de mogelijkheid om een specifieke output te krijgen zoals alle berichten uit 2011 over Griekenland die niet over de eurocrisis gingen en zijn geschreven door een specifieke journalist. Dat zou voor blogs mooi zijn. Een blog met een flinke dagelijkse stroom berichten zou deze content opnieuw beschikbaar kunnen stellen. Sites als iPhoneclub.nl en Retecool.com kunnen zo volgens mij een relevante nieuwe stroom bezoekers trekken. Of in elk geval de data beschikbaar stellen voor anderen.
Klopt. Sinds de start van blogs (nou ja, bijna…) hebben ze een RSS-feed. Maar dat is een rudimentaire stroom met data. Eigenlijk is een RSS feed een brandslang met data terwijl je slechts een klein stroompje nodig hebt. Maar je bent gedwongen om die hele stroom te nemen omdat er nu eenmaal niets anders is. Er zijn wel tussenoplossingen als Yahoo Pipes waarmee je complexe queries op feeds en andere data kunt doen en daar weer je eigen feed van kunt maken. Maar het is een tussenoplossing. Als Yahoo besluit de stekker uit Pipes te trekken ben je alles kwijt. Waarom zou je een tussenoplossing als Pipes nodig hebben als het ook vanuit de bron zelf kan, namelijk het blogplatform.
Je moet niks van me. Maar zie het als een extra service aan je lezers en andere geïnteresseerden. Een dienst die je aan en uit kunt zetten in het beheer van je blog. Maar met de API kunnen anderen geautomatiseerd inpluggen op de database met jouw content en daar hun eigen relevante content uithalen en wellicht hergebruiken. Ik zie er wel betaalmodellen voor ontstaan. Tevens kun je met intellectuele en auteursrechten heel precies omgaan. Eigenlijk zoals The Guardian het doet. Maar dan in het klein, als je dat zou willen.
ik ben nog weinig voorbeelden tegengekomen waarbij een weblogplatform een API-achtige omgeving aanbiedt voor derden. Op de plugin markt van WordPress heb ik de JSON API gevonden. Een interessante plugin die het inderdaad mogelijk maakt om hele specifieke content terug te krijgen uit een WordPress blog. Zo kun je nu bijvoorbeeld alleen de blogposts van mijn blog halen met de tag “privacy“. Gooi de URL van voorgaande link even door de JSON Formatter om wat duidelijker output te krijgen.
Natuurlijk kan dat al met een RSS feed op de tag “privacy” maar een plugin als de JSON API kun je verder uitbouwen om bv op meerdere tags te zoeken, van een specifieke auteur, in een bepaalde periode. Bijvoorbeeld op iPhoneclub alle geruchten rondom de komst van de iPad in 2007, geschreven door Gonny. Kijk wederom naar het Open Platform van The Guardian. De data is er al, waarom die niet op meerdere manieren beschikbaar stellen? Met een API zou dat kunnen. En wederom, de schrijver hoeft er niets voor te doen. Je zou als weblogauteur er voor kunnen kiezen om paywalls achter de API toegang te zetten. Er is een andere WordPress plugin genaamd WP-RESTful die dergelijke mogelijkheden heeft ingebouwd. Helaas kreeg ik hem op mijn server niet goed geactiveerd en werkend. Maar het is dus wel mogelijk!
Een behoorlijk ontwikkelde plugin is Kickpress. Deze plugin biedt zeer veel mogelijkheden voor WordPress blogs, waaronder een uitgebreide API. Ik heb helaas nog niet de mogelijkheid gehad om deze te testen.
Ik hoop dat bovenstaande plugins verder worden ontwikkeld. Ik ben geen programmeur, maar zou er als blogger zeker gebruik van maken naast RSS. Met name projecten als Kickpress zijn hoopgevend en bieden voor bloguitgevers nieuwe manieren om mogelijk op long tail content nog extra bezoekers te krijgen. Door het aan andere platformen aan te bieden via een geautomatiseerd proces. Wellicht dat deze blogpost voor een (hernieuwde) interesse zorgt bij programmeurs om het grootste blogplatform WordPress uit te breiden met een API die voor de eindgebruiker relevant is. En mogelijk volgen andere blogplatformen snel…
Tijdens de feestdagen is de relatief nieuwe mobiele service Path best gegroeid als we de cijfers moeten geloven. Zo gek is dat niet. De digitale voorhoede in San Francisco en Silicon Valley hebben de dienst ontdekt en dat heeft zijn weerslag op de voorhoedes in andere landen, zoals Nederland. Wat is Path en waarom is dit “slightly social network” zo interessant?
Wat is Path?
Even een stap terug, wat is Path? Kort gezegd, Path is een mobiele applicatie waarin je maximaal 150 anderen kunt bevrienden om updates mee te delen. Ze noemen zich ”The Personal Network” vanwege die grens van 150. Die trouwens is afgeleid van Dunbar’s Number. Dat is weer een theorie van hoogleraar evolutionaire psychologie Robin Dunbar uit Oxford en geeft het maximale aantal sociale relaties aan dat iemand aankan.
Path heeft een maximum van 150 vrienden en is mobile-only. Er is (nog) geen webversie, alleen Android en iPhone. Dat maakt het al anders dan de andere netwerken. Tevens heeft Path een heel intuïtief en lekker werkende interface. Er zitten veel handigheidjes in de app verborgen, zoals het klokje wat terugtelt als je in de tijdlijn scrollt. Oprichter Dave Morin noemt Path “slightly social”, omdat je niet per sé een sociaal netwerk nodig hebt om er gebruik van te maken. Je kunt Path heel goed als privé dagboek gebruiken.
Wat maakt Path zo interessant voor mij?
Path heeft goed gekeken naar de succesfactoren van de grote netwerken als Facebook en Twitter. En daar een eigen draai aan gegeven. Path is by default een privé netwerk. Pas als je wederzijds elkaars vriendschap bevestigd, dan kun je elkaars tijdlijn volgen. Dat is bij Twitter en Facebook ook mogelijk, maar daar moeten wat kunstgrepen voor worden uitgehaald (slotje op je account, lijsten aanmaken, privacy instellingen etc). Path brengt daarom direct een andere vraag naar boven: Wat deel ik en met wie wil ik dit delen? Als ik diverse gebruikerservaringen van Path lees en hoor, dan valt me op dat velen kiezen voor een heel bewust gebruik. Niet zomaar iedereen toelaten op je tijdlijn, niet rücksichtlos alles delen. Op Path zijn veel kleine vriendengroepen te vinden volgens mij. Die tevens via andere netwerken informatie delen met elkaar, maar op Path wellicht een ander soort informatie delen. Foto’s, lokaties, luistergedrag, meer persoonlijke zaken.
Ik zat zaterdag Life in A Day te kijken, de fraaie film van o.a. Ridley Scott, die het leven op aarde laat zien in één dag, gefilmd door duizenden amateurs over de wereld. Een prachtige film. Ondertussen had ik op mijn iPad Path draaien en ik zag de overeenkomsten. Ik zag hoe divers mijn vriendenkring is en wat ze doen op een zaterdag. Met kinderen op de bank een tekenfilm kijken terwijl een andere groep in de kroeg zit.
Dat maakt Path voor mij zo boeiend. Ik ben eveneens erg terughoudend met het maken van verbindingen op Path. Ik vermoed niet dat ik de 150 connecties ga halen. Ik zou het niet eens willen. Ik ben bang dat Path dan weer een overload aan informatie gaat worden. Twitter is dat in de loop van de jaren geworden, maar is goed te managen door bv lijsten en door me niet druk te maken dat ik alles wil lezen. Maar Path heeft een ander uitgangspunt. Een uitgangspunt waarbij het delen onder vrienden centraal staat, niet het delen met het publiek. Een subtiel maar belangrijk verschil.
Dan is er nog de interface die ik al even noemde. Gizmodo noemt het treffend: “Path is the interface of intimacy.” Je kunt inzoomen op momenten van vrienden, een reactie geven in tekst of als emoticon. En ja, daar zit zelfs een fronsend icoon bij, zodat je slecht nieuws niet per sé hoeft te “liken”. Je eigen startpagina kun je fraai personaliseren met een coverfoto en een circelvormige avatar. Het is allemaal goed bedacht en uitgevoerd. Het klopt.
Is Path voor iedereen? Vast niet. Zeker weten van niet. Het is een andere manier van delen. Minder publiek en meer privaat. Intiemer. Persoonlijker. Is het voor merken interessant? Ik betwijfel het ten zeerste. Is het interessant om op grote schaal te monitoren? Nee, daar is het te persoonlijk voor. Ik vraag me af of Path over een jaar nog bestaat. Of er een strategie aan zit waarmee ze zichzelf kunnen onderhouden. Ik hoop het. Want Path is een welkome afwisseling zo aan het begin van 2012.
Een laatste woord over mijn Path gebruik: Ik voeg niet iedereen toe. Don’t take it personal. Omdat we elkaar volgen op Twitter, Facebook of Google+wil niet zeggen dat ik je automatisch ga volgen op Path. Wanneer wel? Dat verschilt per persoon, maar hou als redelijke rule of thumb aan dat ik je toch vaker dan eens moet hebben gesproken en we een aardige offline geschiedenis met elkaar hebben. Ongeveer. Maar daar kan ik van afwijken.
Meer over Path? Ik kan je de volgende artikelen aanraden:
Gizmodo – The Social Network That Stole Christmas
iPhoneclub – Sociaal netwerk Path krijgt nieuwe iPhone-layout en nieuwe insteek
Oprichter Dave Morin tijdens Le Web over Path
Ik ga even wat in de glazen bol kijken. Zojuist kwam ik onderstaande video tegen op de blog van VINT, met de opmerking “The newest craze on the internet”. Omdat ik Sogeti en Sander hoog heb zitten, nam ik aan dat er inderdaad een nieuwe hype zou zijn. Na alle Planking, Owling, Horse Manning en Scarlett Johansonning was het wel weer eens tijd voor wat bewegend beeld. Leuk bewegend beeld. Film jezelf terwijl je danst alsof niemand kijkt.
Niets mis mee toch?
Meh…ik twijfelde. De video was net iets te gelikt en het viel me op dat in de related video’s van de gebruiker ik allerlei chatopnamen tegenkwam van Zooey Dechanel en een online datingvideo van Schmidt uit 2008. Wie is Schmidt? Eén van de hoofdrolspelers uit de nieuwe serie New Girl met eerder genoemde Zooey. Toevallig? Misschien een fan die wat video’s verzamelde. Ik besloot wat verder te zoeken op de term “Dance like nobody’s watching”. Naast eenzelfde artikel uit VKMag en een stukje bij CBS News kwam ik bar weinig tegen. Om nu met één video van een internetcraze te spreken vind ik wat overdreven. Dan maar eens zoeken op de gebruikersnaam hellogiggles, die de video heeft geplaatst. Wat blijkt? Dat is de naam van een website die zich de “ ultimate entertainment destination for smart, independent and creative females” noemt. Door wie is de site opgericht? Toevallig…Zooey Dechanel. Die trouwens een eigen Tumblr-site heeft waar heel toevallig het filmpje ook is te vinden. Nog eens goed kijken naar die video op Youtube. In het onderschrift staat de naam Angela Trimbur. Even Googlen. Ze blijkt haar eigen IMDB profiel te hebben. Een actrice dus. Zo alles bij elkaar optellen begint het meer een gescript en bedacht filmpje te zijn dan een toevallige video die een hype wordt.
En nu?
Tja, wat nu? Is Dancing Like Nobody’s Watching een nieuwe hype in wording? Wellicht in werking gezet om de nieuwe serie New Girl te promoten of om daar iets mee te doen? Komt de video binnenkort in één van de afleveringen terug? Of is het een storm in een glas water en was het gewoon een leuke video die wordt opgepikt de komende dagen? We zullen het zien. Tot die tijd ga ik even met de gordijnen dicht een dansje in de woonkamer doen…
Vorige week zat ik nog te klagen dat ik een makkelijker manier zoek om artikelen te lezen. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat ik niets lees. Ik kom elke dag wel wat interessante artikelen tegen die ik vaak deel via Twitter. Wat me steeds meer opvalt is dat die tweets veel worden geretweet of als favoriet worden opgeslagen door anderen. Leuk, dank je! Voor iedereen die mijn blog leest en niet op Twitter zit…bestaan die mensen eigenlijk? Meld je!…bij deze een overzicht van 10 links die in de maand november zijn geretweet:
15 Years of technology progress – Typisch gevalletje LOL!
The Faux Vintage Photo Essay – Een fraai dissertatie over de opkomst en populariteit van Instagram-achtige apps en de zelf-documentatie door social media
Twitter in Nederland – De satellietfoto die menig presentatie zal sieren
Mirage – Trailer voor een nieuwe surf film met waanzinnige bullettime effecten
Is Google+ worth your time and effort – Bottomline: Ja. Probeer het eens uit.
Why many smart people are not social – Ik moest constant aan Sheldon Cooper denken…
De contentstrategie van Coca Cola – Oorspronkelijk voor mijn studenten CMD, maar het bereikte een groter publiek.
When social ads backfire – Een vreemd verhaal over het verwijderen van advertenties als ze op social networks geen succes hebben.
Om Malik’s 10 years of blogging – Mooi verhaal met mooie terugblikken op de start van een groot blog.
En de uitsmijter van deze lijst:
In januari weer doen?
Het is niet voor de gemiddelde internetter een probleem, maar ik blijf er tegen aan lopen. Teveel bronnen, teveel informatie, teveel dubbele informatie en te vaak net te weinig tijd om de meest relevante berichten van een dag of paar dagen tot me te nemen. Inderdaad, een hoop “te”‘s waarvan men altijd zegt: Als er “te” voor staat is het niet goed. Dat klopt, maar dat wil niet zeggen dat het een probleem is waar ik overheen moet stappen. Ik hou er van om nieuwe kennis op te doen, nieuwe ontwikkelingen te lezen, te zien wat er aan de horizon gebeurt en daar weer zelf over te vertellen. Dat betekent dat ik een hoop mensen op Twitter volg in diverse lijsten, sites lees, nieuwe apps probeer, nieuwsbrieven lees, en ga zo maar door.
Waar ik steeds tegenaan loop is het gebruik van teveel bronnen om relevante berichten te vinden. Zo maak ik nu gebruik van
En nog een hoop losse diensten die ik de ene keer vaker dan de andere gebruik.
Waar het mis gaat is dat ik elke dag een tsunami aan informatie over me heen krijg die enorm veel tijd kost om door te nemen. Nu heb ik me daar al lang overheen gezet, maar vanmiddag zat ik te denken of er een app of service is die mij elke dag een lijst van 10 artikelen aanbiedt die ik in een half uur kan lezen en die me inspireren. Of een lijst van 20 artikelen die ik in 60 minuten kan lezen en die me up to date brengen met wat achtergronden in het nieuws. Of een lijst van 50 artikelen waarvan ik de headlines kan scannen om te zien wat het nieuws van de afgelopen 3 dagen is. Je snapt waar de configuratie kan zitten: In tijd beschikbaar, een maximum hoeveelheid artikelen en soort inhoud. Zite begint in de buurt te komen, maar biedt nog net teveel artikelen, Smart Briefs komen in de buurt, maar zijn erg gefocussed op een specifiek thema.
Het uitdagende zit hem volgens mij in de soort inhoud. Inspiratie, inzicht, achtergrond, verdieping. Zo kun je een aantal thema’s definiëren volgens mij. Bij voorkeur maakt de app gebruik van bronnen die ik al heb, zie de lijst boven. Maar dan zonder dat ik deze lijsten constant hoef te zien. Zelflerend en aanvullend dus.
Bestaat zo’n app? Of zou dit de richting zijn waar Übernewshunter Marshall Kirkpatrick mee bezig is met Plexus Engine? Of is dit wat Brainsley uiteindelijk gaat worden? Â Hoe dan ook, ik hou me aanbevolen voor tips en inzichten!
(Foto: micjan / photocase.com)
In 2000 schreven we online over alles wat los en vast zat. Het maakte ons niets uit. We klikten rond als ware ontdekkingsreizigers en we logden ons reizen online om te delen met anderen. Op onze weblogs kwamen misschien een paar honderd mensen maar het maakte niet zoveel uit. We schreven omdat we konden schrijven en omdat we konden publiceren en omdat we zelf alles konden distribueren. Weblogsoftware in 2000 was vaak niet veel meer dan een titelbalk, een tekstvak en een knop “Publiceren”. Afbeeldingen toevoegen kon met omwegen, reacties bestonden nog niet, het RSS protocol lag onder vuur door de ego’s van de bedenkers en multimedia mogelijkheden waren al helemaal ondenkbaar. Maar dat maakte niet uit. De internationale blogosfeer ademde een sfeer van pionieren, ontdekken, proberen en gewoon doen.
Vier jaar later, eind 2004, stond ik met onder andere Marco Derksen (Marketingfacts) en Frank Janssen (Frankwatching) op de Emerce Update in Amsterdam. Ik vertelde over een onderzoek wat Marco had gedaan onder bloggers die hun weblog zakelijk in wilde zetten. Iets wat wij bij Rhinofly per ongeluk waren gaan doen toen ik in 2002 met Frank-ly begon. Frank vertelde over zijn passie voor kennis verzamelen en delen wat uiteindelijk Frankwatching is geworden. Marco liet een snel veranderend medialandschap zien. Achteraf bleek die bijeenkomst voor een aantal marketeers en communicatieprofessionals cruciaal om te starten met een eigen zakelijk weblog. Het piketpaaltjes slaan was begonnen. De zakelijke blogosfeer explodeerde in 2005 om in 2006 weer even hard in te storten. Het bleek toch iets meer werk te zijn dan “10 Stappen om Zakelijk Blog Succes te Behalen”.
In 2007 organiseerde ik de Dutch Bloggies. Eén van de juryleden was Erwin Blom. Ik was zijn blog recent gaan volgen en gecharmeerd door zijn manier van schrijven en zijn insteek om techniek te gebruiken. Ga het proberen om er over te kunnen praten en keuzes te kunnen maken of je het wel of niet inzet. Erwin was net in Austin geweest, op SXSW. Op die conferentie sprak iedereen over een nieuwe applicatie, Twitter. Ik had het al wel eens gezien, had er zelf over geschreven in 2006 maar begreep de heisa niet helemaal. Toch besloot ik om Twitter eens te proberen. In een tijd dat Twitter nog geen mentions, hashtags, activity-tab, retweets, lists, media-opslag en businessmodel had. En erg vaak niet werkte omdat ze zelf niet hadden gerekend op zo’n toestroom van nieuwe gebruikers wereldwijd. Wederom een tijd van pionieren, ontdekken, proberen en gewoon doen.
Een jaar later, in 2008 ontdekt de (internationale) zakelijke markt Twitter en andere online applicaties. De wereld was aan het veranderen en bedrijven en merken moeten snel mee veranderen. Een fraaie broedplaats voor nieuwe beroepen als Social Media Expert, Communitymanager en Conversation Manager. Niets mis met die functies trouwens. Maar de geschiedenis herhaalt zich. Echter nu in een sneller tempo. Boeken, cursussen, workshops, masterclasses en opleidingen worden in een razend tempo ontwikkeld om de digitale achterhoede (98% van de bevolking) bij te praten over alles wat ze missen. De denk- en werkmodellen stapelen zich in een razend tempo op en het is vrijwel ondoenlijk om alle nieuwe ontwikkelingen nog te volgen. Ik weet het, want ik doe er keihard aan mee. Als ik zie hoeveel aanvragen er rond gaan voor sprekers om iets te komen vertellen over social media, het begint zowaar genant te worden.
Afgelopen zomer start Google met haar netwerk Google+. Ik weet niet of ik het een sociaal netwerk moet noemen. Of het sociale cement wat Google tussen al haar diensten gaat storten? Ik heb echt nog geen idee. Maar ik heb wel het gevoel dat Google+ geen eendagsvlieg is. Dat er meer in zit dan wat we nu zien. Dat het nog maar de top van de ijsberg is. Sinds een week kun je bedrijfspagina’s maken op Google+. En daar mist een hoop aan. Zo is er geen multi-admin mogelijkheid. Je ziet niet heel makkelijk met welk account je aan het schrijven bent, je kunt bedrijfsaccounts moeilijk overdragen en de fraudegevoeligheid is nog hoog. Maar weet je, ik vind dat Google+ wel wat hebben. Lekker weer wat pionieren, ontdekken, proberen en gewoon doen.
Maar de tijden zijn toch wel veranderd. Nog geen uur na de aankondiging van de bedrijfspagina’s staan de eerste criticasters al het hardst te schreeuwen op Twitter en Facebook. De dagen die volgen laten een stroom aan blogposts zien waarom je toch vooral geen Google+ bedrijfspagina moet maken. Of juist wel. Er is al een Google+ for Dummies geschreven en je kunt er vergif op innemen dat ruim op tijd voor de feestdagen het eerste Engelstalige marketinghandboek voor Google+ op de markt verschijnt. Marketing- en communicatiebudgetten voor 2012 zullen een oormerk krijgen om “iets met Google+” te gaan doen. Ik voorspel voor het einde van het eerste kwartaal het eerste Google+ congres in Nederland. Of in elk geval een marketingcongres waar Google+ een groot deel van de slides en de tijd zal innemen. De eerste cases worden gepresenteerd, de eerste cijfers worden getoond.
Ondernemen betekent meer dan winstgevende activiteiten ontplooien. Ondernemen heeft te maken met pionieren, ontdekken, proberen en gewoon doen. Waar is dat gebleven? Waar is het proberen gebleven zonder de hijgende adem van aandeelhouders, management en CEO’s in je nek of je wel genoeg rendement haalt uit je online experimenten? Waar is de durf gebleven om iets te gaan doen en over een paar maanden te zeggen dat je fout zat? Waar is het lef gebleven om nu eens niet te luisteren naar de experts? Waarom nodig je weer iemand uit het sprekerscircuit uit terwijl je al je informatie gewoon online kunt vinden? Ga nu eens echt nadenken welke conversatie je met je publiek wilt in plaats van weer te zoeken naar de zoveelste Get Rich Quick ponzi-scheme.
Ga gewoon eens aan de slag. Ga het proberen. Ga iets doen. Wie weet leer je er meer van dan van de zoveelste spreker met het standaard verhaal.
Godspeed!
Vandaag maakte ik weer de kracht van Twitter mee. Na 4,5 jaar blijft het me verbazen hoe geweldig een netwerk als Twitter kan zijn. Op zoek naar een fotograaf voor TEDxHogeschoolUtrecht. Op korte termijn, namelijk de avond vantevoren. Maar binnen 30 minuten hadden we een fotograaf. Maar toen kwam er een ander issue naar boven. Hoe stop je de retweets? Een usecase via Storify…
Reacties zijn welkom!
De mogelijkheid voor iedereen met een internetverbinding om kennis en informatie te publiceren, distribueren en delen is één van de grootste uitvindingen van de afgelopen 20 jaar. Sinds de opkomst van Usenet kunnen we met elkaar discussieren zonder fysiek in dezelfde ruimte te zijn of gelijktijdig hetzelfde apparaat te gebruiken. Dit maakt het internet een waardevol instrument voor democratie, onderwijs, politiek en bedrijfsleven. Maar het voelt steeds vaker of we zijn doorgeschoten. Onderstaande quote is tekenend
… like-minded people do not argue anymore, just share. Share on social networks, an automatic gesture of pressing a button. Information is not exchanged, experiences are not crossed and everything ends in the superficiality of a thumbs up or a hundred or so characters. Whats missing here are conversations in the form of a round table, where people interested and interesting spend quality time discussing their opinions. If these meetings are less frequent in person, its just our luck to have something appear like Roundtable…
Deze quote komt uit een Braziliaanse publicatie en schrijft over Roundtable, een kakelvers initiatief van…ja, van wie eigenlijk? Ik heb geen idee. Maar het spreekt me direct aan. Een aantal kenners/experts/specialisten op een vakgebied of een thema wordt gevraagd om een Roundtable te starten. Daarna worden volgens mij een aantal gasten uitgenodigd om mee te doen aan de Roundtable. Zo ontstaat een boeiende discussie over onderwerpen als de Toekomst van het Bloggen of de Rol van Communities in online media. Je krijgt het gevoel of je in de buitenste ring van een discussie zit. Je kunt de discussie van dichtbij volgen en reacties achterlaten. Je kunt tevens proberen om in de binnenste ring te komen door een meer waardevolle bijdrage toe te voegen.
Is het nieuw? Neuh, ik moest al snel aan Quora denken of andere brainstorm/forum applicaties waarin je specifieke personen kunt uitnodigen en de discussie zo semi-openbaar maakt. Maar de onderwerpen en de personen die deelnemen aan de huidige Roundtables maken het wel een aantrekkelijke discussie om te volgen. Eigenlijk zoals Quora begon destijds.
Is er een Nederlandse variant? Zou dat nodig zijn? Welke onderwerpen kunnen in ons land relevant zijn om zo op te zetten? En met welke deelnemers?
In juli startte Google met hun ambitieuze netwerk genaamd Google+. Ik heb er zo nu en dan wel over geschreven. Na een beta periode is het nu mogelijk voor iedereen om zich aan te melden voor dit netwerk. Maar één van de grote groepen die niet deel kon nemen aan Google+ waren de gebruikers van Google Apps, de zakelijke oplossing van Google voor email, documenten, kalenders en alle andere diensten van Google. Ik maak zelf gebruik van Google Apps voor mijn domein dus ik moest Google+ op mijn privé account gebruiken. Tot vandaag. Het is nu mogelijk om Google+ ook via Google Apps te activeren.
De activatie van Google+ kan alleen worden gedaan door de administrator van het Google Apps account en moet handmatig voor elke gebruiker worden aangezet. De reden is volgens Google zodat je op deze manier binnen je organisatie langzaam maar zeker medewerkers kunt toevoegen zodat ze in kleinere groepen, per afdeling, met Google+ kunnen starten. Ik denk dat het ook een schaalbaarheids issue  is van Google, als grote organisaties en masse hun medewerkers toegang geven tot Google+.
Correctie: Bovenstaande opmerking is niet helemaal correct. Een domeinbeheerder kan Google+ aanzetten voor een Google Apps account. Deze instelling wordt standaard door alle gebruikers overgenomen tenzij je organizational units in je Apps Dashboard hebt ingesteld. Dan kun je specifiek(er) bepalen welke gebruikers bepaalde diensten krijgen. Zie de Help-pages voor meer informatie
Ik heb op mijn eigen domein Google+ aangezet, dus je kunt me vanaf nu vinden op dit Google+ account. Mijn privé account zal ik na de migratie niet meer actief gaan gebruiken.
Maar wat betekent dit nu eigenlijk? Waarom heeft Google gewacht met het toelaten van Apps gebruikers en wat kan dit in de nabije toekomst betekenen? Een paar gedachten
Een van de beloften die Google al in een vroeg stadium maakte was de mogelijkheid voor bedrijven om eigen pagina’s te maken, net als Facebook. Maar ze wilden deze wel op een juiste manier aanbieden, op het juiste moment. Nu Apps-account op Google+ gaan komen, vermoed ik dat het niet lang zal duren voor de eerste Business Pages zullen verschijnen. Zeker nu Facebook met nieuwe mogelijkheden komt voor bedrijven om hun posts en pages te promoten, kan Google+ niet langer achterblijven.
Wat gaat dit betekenen voor bedrijven die veel op afstand samenwerken of over verschillende afdelingen? Mijn theorie is dat Google+ geen aanval is op het publieke Facebook en Twitter. Maar dat Google dit netwerk is gestart om juist binnen de bedrijven een grotere rol te spelen. Onderstaande presentatie geeft die strategie goed weer.
Google+ zal vooral de strijd aangaan met Microsoft en Salesforce. In het publieke domein is het moeilijker geld verdienen met de functionaliteiten van Google+. Binnen bedrijven is dit beter te bewerkstelligen. Denk aan beveiligde Google Hangouts, publicatie van Google Hangouts op eigen Youtube Channels, uitgebreide mogelijkheden in Google Docs, koppelingen met Google Apps Marketplace etc. Zo kun je nu al specifieke posts direct delen met iedereen binnen je organisatie. Een geïntegreerd intranet oplossing dus. Ik kan me voorstellen dat ze hier zwaarder op gaan inzetten
Doordat kenniswerkers binnen organisaties zullen gaan werken met Google+ zal het gebruik eveneens langzaam buiten de bedrijfsmuren doordruppelen, naar de privé gebruikers. Zo kan het gebruik verder uitwaaieren. Martijn Verhoeven heeft een tijdje terug een fraai overzicht gemaakt van de mogelijkheden in Google+ ten opzichte van Facebook en Linkedin. Zeker de moeite waard om even te bekijken.
Wat kan dit betekenen voor Android? Hardware die nog meer is gekoppeld aan je profiel bij Google en Google+. Je telefoon wordt nog meer een verlengstuk van je eigen identiteit, een verregaande integratie in het bedrijfsnetwerk, denk aan directe toegang tot telefoon, email en andere verbindingsmogelijkheden via de Google servers, koppeling van Google Voice aan Google+, hangouts via je telefoon (al dan niet betaald) of specifieke zoekresultaten, gekoppeld aan het sociale gedrag van je collega’s.
The Next Web refereert in een post aan een belangrijk gegeven waar je rekening mee moet houden. Google Apps wordt beheerd door een centrale domain-administrator. Dit betekent in theorie dat anderen in de organisatie toegang kunnen krijgen tot je data. Denk aan directie, P&O of andere afdelingen. Is dat wenselijk? Het is in elk geval iets om als organisatie over na te denken en een standpunt over in te nemen.
Google heeft tegelijkertijd een nieuwe functionaliteiten opengezet genaamd Google Ripples. Lees meer hierover bij Dutch Cowboys
Al met al een interessante volgende stap van Google+ die niet alleen de bedrijfsmuren van je organisatie transparanter kan maken, maar tegelijkertijd nieuwe vragen en keuzemogelijkheden oproept.
Het probleem met innovaties is dat ze soms te vroeg het daglicht zien om direct te snappen wat de impact kan zijn. Dat schoot me zojuist te binnen toen ik op mijn laptop wat lopend werk zat te bekijken. Steeds meer diensten die ik gebruik zijn niet meer fysiek op mijn laptop aanwezig maar staan “ergens” online. 11 jaar geleden zag ik al zo’n concept. Ik was in november 2000 namens Rhinofly (maar zo heetten we nog niet toen…) op de Comdex in Las Vegas. Mijn eerste keer in de USA en de eerste keer op zo’n enorme beurs als de Comdex. Behoorlijk overweldigend. Zeker met de combinatie jetlag en Las Vegas Strip. Ik wist niet helemaal wat me overkwam toen. Maar het was te gek. Op die beurs werden de nieuwste gadgets en innovaties getoond op gebied van informatietechnologie. Het was de voorloper van de CES die nu nog jaarlijks in Vegas is.
Ik  kan me herinneren dat ik op die beurs vol verwondering heb staan kijken en luisteren naar een man van Sun die de netwerkcomputer (NC) introduceerde. Binnen niet al te lange tijd zouden we geen grote PC’s meer nodig hebben maar konden we al onze bestanden op een netwerk zetten en via het internet altijd toegang hebben tot die bestanden. Ik kon het niet goed geloven. Want we waren nu juist afscheid aan het nemen van al die logge servers. Hoe zou dat nu dan weer terug kunnen komen?
Maar kijk nu eens. Ik heb een 18″ laptop met een harde schijf van 500 Gb. Voornamelijk gevuld met allerlei documenten, foto’s en muziek. En veel software. Maar eigenlijk vraag ik me steeds vaker af waarom ik zo’n gigantisch ding nog in mijn tas mee sjouw. Alles wordt inmiddels redelijk goed op een NAS gezet via een backup procedure en die NAS kan ik altijd online bereiken. De afgelopen dagen heb ik wat zitten spelen met de Amazon EC2 servers. Ik had daar nog nooit echt zelf mee gewerkt. Nu ben ik geen systeembeheerder maar met wat hulp van blogposts en stappenplannen ben ik een aardig eind gekomen om een server met WordPress in te richten. Ik had niets van mijn eigen laptop nodig. Alles is direct online te vinden en te downloaden. Ik luister steeds meer muziek via Spotify en recent Mixcloud. Mijn eigen muziek staan eveneens op de NAS en kan ik altijd benaderen. Waarom zou ik het nog lokaal op mijn laptop hebben? Zo nu en dan heb ik inderdaad nog een image-editor nodig om wat screenshots bij te werken of een header te maken voor Lifehacking. Maar zelfs dat zou met een applicatie als Picnik prima kunnen lijkt me. Zelfs mijn externe geheugen genaamd Evernote staat ergens online. Terwijl ik naar mijn startbalk kijk zie ik maar één programma wat ik wel graag lokaal wil houden: Keepass. Een applicatie waar veel van mijn wachtwoorden in staan. Maar zelfs dat programma kan vanaf een USB stick starten en zijn wachtwoord-bestand ergens vandaan halen, zoals mijn NAS.
Je ziet niet voor niets nu Google met Chromium OS, een besturingsysteem dat niets anders nodig heeft dan een browser en een internetverbinding. Hebben ze bij SUN toch gelijk gekregen. Al is het 11 jaar later…
You are not after the biggest audience possible, you are after the right audience. That’s not a qualitative question, it’s also a quantitative question. You always want to hit the right thousand people.
Boem. Waarheid. Koe.
Fraaie presentatie en woorden van @duivestein en @blo2m
Niche Tumblr Blogs. Je zou er een boek over kunnen maken...
Ooowww....eerder deze week nog bij een kerstkoor op straat staan kijken. Soms kon ik ze niet goed verstaan. Begin nu toch te twijfelen waar ze over zongen...
Fraaie foto. Nooit gezien. Like!
Online Marketing in 60 minutes wil voor elke manager of directeur dé online resource zijn op het gebied van Online Marketing. Dus niet primair een instrument voor doorgewinterde Online Marketing professionals die op zoek zijn naar verdieping, maar juist een tool voor beslissers die snel op de hoogte willen zijn van de essentials van Online Marketing.
Dit boek is geschreven door 3e en 4e jaars studenten van deHogeschool Utrecht. Het is geschreven door de studenten die deelnemen aan de minor eCommerce van Hogeschool Utrecht (meer informatie downloaden), in het kader van het vak eMarketing en Sociale Media.
"Indie Brands, the event, delves into the world of independent brands with inspirational lectures, awe-inspiring entrepreneurs and visual eye candy from indie brands like fritz-kola, Yellow Bird Project, KesselsKramer, 22Tracks, Etat Libre d’Orange,Tony’s Chocolonely, VANMOOF, Mr. Jones, Oggu, John Altman, Alfredo Gonzales, milque, Natwerk, Rambler, Oat shoes, and many more."
"Paintings created by performing routine tasks on multi-touch hand held computing devices."
Dat wil je toch namaken! Nou ja, zonder dat malle pakje aan het einde natuurlijk...
the bridge between desktop, tablet and mobile experiences is likewise natural. In music, iTunes was built for mobile, just as Instagram was for photos and Twitter for social networking; YouTube naturally adapts itself to mobile, and Netflix to tablets. Now news readers are adapting too.
Wow...Als Knight Ridder dit al bedacht in 1994 dan heeft Apple toch wel wat uit te leggen lijkt me. Zelfs het verhaal en de visie van Roger Fidler is erg overeenkomstig.